ACV

5.3.2. Procedure en duur per motief voor tijdelijke arbeid

5.3.2.1 Tijdelijke vervanging van een vaste werknemer

5.3.2.1.1 Indien de arbeidsovereenkomst van de vaste werknemer geschorst is

De duur van de vervanging is beperkt tot de duur van de schorsing.

Voor de tijdelijke vervanging van een vaste werknemer van wie de arbeidsovereenkomst geschorst is of die met toepassing van het stelsel van loopbaanonderbreking zijn arbeidsprestaties heeft verminderd, moet geen procedure worden nageleefd.

5.3.2.1.2 Indien de arbeidsovereenkomst van de vaste werknemer beëindigd is
5.3.2.1.2.1 Duur

De duur van de toegelaten tijdelijke arbeid ter vervanging van een vaste werknemer in geval van beëindiging van diens arbeidsovereenkomst is afhankelijk van de wijze waarop de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt:

  • In geval van beëindiging door een opzegtermijn is de duur van de vervanging beperkt tot een periode van 3 maanden, ingaande bij de beëindiging van de overeenkomst.
  • In geval van beëindiging door ontslag om dringende reden is de duur van de vervanging beperkt tot een periode van 6 maanden, ingaande bij de beëindiging van de overeenkomst.
  • In geval de arbeidsovereenkomst anders werd beëindigd dan door ontslag met een opzegtermijn of door ontslag om dringende reden is de duur van de vervanging beperkt tot een periode van 3 maanden, ingaande bij de beëindiging van de overeenkomst. Verlengingen met een totale duur van maximaal 3 maanden zijn mogelijk. [623]
5.3.2.1.2.2 Procedure [624]

De procedure die gevolgd moet worden, verschilt afhankelijk van de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de vaste werknemer. De vervangingen en verlengingen worden in twee groepen verdeeld in functie van de te volgen procedure:

  • de procedure die gevolgd moet worden in geval van vervangingen indien de arbeidsovereenkomst van de vaste werknemer beëindigd werd door een opzegtermijn of om dringende reden, ongeacht door wie het ontslag werd gegeven, en de verlengingen van de vervanging indien de werknemer anders dan met een opzegtermijn of om dringende reden ontslagen werd;
  • de procedure die gevolgd moet worden voor de vervangingen indien de arbeidsovereenkomst van de vaste werknemer anders dan met een opzegtermijn of om dringende reden beëindigd werd.

Die laatste categorie is niet onderworpen aan bepaalde voorwaarden of modaliteiten. De eventuele verlenging van die vervanging is wel onderworpen aan de hieronder vermelde voorwaarden en modaliteiten.

De vervangingen en de verlengingen van de vervanging in geval de arbeidsovereenkomst beëindigd werd met een opzegtermijn of om dringende reden en de verlenging in geval de arbeidsovereenkomst anders dan met een opzegtermijn of om dringende reden beëindigd werd, zijn onderworpen aan de hiernavolgende voorwaarden en modaliteiten:

Indien er een vakbondsafvaardiging is, kan de vervanging maar gebeuren met de voorafgaande instemming van de vakbondsafvaardiging. Binnen 3 werkdagen na de ontvangst van de instemming moet de werkgever het bevoegde inspecteur-districtshoofd van de administratie van de Arbeidsbetrekkingen en -reglementering op de hoogte brengen.

Indien er geen vakbondsafvaardiging is, moet de werkgever vooraf de toestemming vragen van de werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in het paritair comité waaronder de onderneming ressorteert. Bij ontstentenis van een bevoegd paritair comité of indien het bestaande paritair comité niet werkt, moet de werkgever vooraf de instemming vragen van de representatieve werknemersorganisaties die in de Nationale Arbeidsraad vertegenwoordigd zijn.

Bij instemming van die organisaties of bij ontstentenis van een antwoord binnen 7 dagen die volgen op de aanvraag ervan, kan de werkgever overgaan tot de vervanging van de werknemer wiens arbeidsovereenkomst werd beëindigd, op voorwaarde dat hij het bevoegde inspecteur-districtshoofd van de administratie van de Arbeidsbetrekkingen en -reglementering ervan op de hoogte brengt binnen een termijn van 3 werkdagen die aanvangt, hetzij bij de ontvangst van de instemming, hetzij na het verloop van de termijn van 7 dagen.

In geval er onenigheid is tussen de werknemersorganisaties en dat binnen de 7 dagen die volgen op de aanvraag wordt meegedeeld, verwittigt de werkgever binnen een termijn van 3 werkdagen het bevoegde inspecteur-districtshoofd van de administratie van de Arbeidsbetrekkingen en -reglementering met het verzoek de uiteenlopende standpunten te verzoenen. Indien de verzoening mislukt, vraagt de werkgever het advies van die ambtenaar. Het advies van de ambtenaar bindt de betrokken partijen. Bij gebreke aan een gunstig advies binnen een termijn van 7 dagen nadat die ambtenaar door de werkgever van de onenigheid tussen de organisaties werd verwittigd, mag de werkgever geen beroep doen op tijdelijke arbeid.

Vervolgens wordt er in cao nr. 108 een mogelijkheid besproken waardoor er, bij gebrek aan een vakbondsafvaardiging, in afwachting van de procedure, in bepaalde gevallen reeds voorlopig een beroep kan worden gedaan op tijdelijke arbeid.

De werkgever kan in die gevallen voorlopig, voor een periode van ten hoogste 15 dagen, die aanvangt op het ogenblik waarop de aanvraag aan de werknemersorganisaties werd gedaan, overgaan tot de vervanging van de vaste werknemer wiens arbeidsovereenkomst werd beëindigd.

Indien de werkgever uiteindelijk met toepassing van de voornoemde procedure geen beroep mag doen op tijdelijke arbeid, moet hij onmiddellijk de voorlopige tewerkstelling stopzetten, onverminderd het recht van de werknemer op het bedrag van het loon dat verschuldigd blijft tot het verstrijken van de termijn waarvoor hij in dienst werd genomen.

Het vreemde aan die mogelijkheid is dat die voorzien wordt voor het geval de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt:

  • door het overlijden van de werknemer;
  • wegens akkoord van de partijen om zonder opzegtermijn aan de overeenkomst een einde te maken; of
  • wegens het ontslag van een werknemer om dringende reden.

De eerste 2 redenen zijn namelijk manieren van beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door ontslag met een opzegtermijn of door ontslag om dringende reden. In die gevallen moet er dus sowieso geen procedure gevolgd worden om deze vaste werknemer te vervangen door tijdelijke arbeid. Het lijkt dus om een vergissing in de cao te gaan.

5.3.2.2 Tijdelijke vermeerdering van werk [625]

Tijdelijke arbeid op basis van het motief tijdelijke vermeerdering van werk kan telkens maar voor maximum 1 kalendermaand aangevraagd worden. De aanvraag kan telkens hernieuwd worden.

De procedure die gevolgd moet worden, is afhankelijk van het feit of er een vakbondsafvaardiging in de onderneming is.

Indien er een vakbondsafvaardiging is, is diens voorafgaande instemming vereist. Binnen de 3 werkdagen na de ontvangst van die instemming moet de werkgever het bevoegde inspecteur-districtshoofd van de administratie van de Arbeidsbetrekkingen en -reglementering daarvan op de hoogte brengen.

De werkgever moet in zijn aanvraag het aantal betrokken werknemers vermelden en de periode gedurende welke de tijdelijke arbeid zal worden uitgeoefend, die zoals gezegd telkens niet langer mag zijn dan 1 kalendermaand.

Indien er geen vakbondsafvaardiging is, moet de werkgever vooraf de instemming vragen van de representatieve werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in het paritair comité waaronder de onderneming ressorteert. Bij ontstentenis van een bevoegd paritair comité of indien het bestaande paritair comité niet werkt, moet de werkgever vooraf de instemming vragen van de representatieve werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in de Nationale Arbeidsraad.

Indien de werknemersorganisaties hun instemming geven of indien er binnen de 7 dagen volgend op de aanvraag geen antwoord volgt, kan de werkgever een beroep doen op tijdelijke arbeid, op voorwaarde dat hij het bevoegde inspecteur-districtshoofd van de administratie van de Arbeidsbetrekkingen en -reglementering ervan op de hoogte brengt binnen een termijn van 3 werkdagen die aanvangt, hetzij bij de ontvangst van de instemming, hetzij na het verloop van de termijn van 7 dagen.

In geval er onenigheid is tussen de werknemersorganisaties en dat binnen de 7 dagen die volgen op de aanvraag wordt meegedeeld, verwittigt de werkgever binnen een termijn van 3 werkdagen het bevoegde inspecteur-districtshoofd van de administratie van de Arbeidsbetrekkingen en -reglementering met het verzoek de uiteenlopende standpunten te verzoenen. Indien de verzoening mislukt vraagt de werkgever het advies van die ambtenaar. Het advies van de ambtenaar bindt de betrokken partijen. Bij gebrek aan een gunstig advies binnen een termijn van 7 dagen nadat die ambtenaar door de werkgever van de onenigheid tussen de organisaties werd verwittigd, mag de werkgever geen beroep doen op tijdelijke arbeid.

Wanneer er geen vakbondsafvaardiging is, mag de werkgever toch voorlopig al een beroep doen op tijdelijke arbeid gedurende een periode van ten hoogste 15 dagen vanaf de dag van de aanvraag tot instemming aan de representatieve werknemersorganisaties.

Indien er in de loop van eenzelfde kalenderjaar aanvragen zijn, bestaat de mogelijkheid om bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging voorlopig gedurende maximaal 15 dagen een beroep te doen op tijdelijke arbeid, enkel van toepassing voor de eerste aanvraag die voor een technische bedrijfseenheid en voor een bepaalde categorie werknemers wordt gedaan.

In geval de werkgever geen toelating krijgt om beroep te doen op tijdelijke arbeid, moet hij die voorlopige tewerkstelling onmiddellijk stopzetten, onverminderd het recht van de werknemer op het bedrag van het loon dat verschuldigd blijft tot het verstrijken van de termijn waarvoor hij in dienst werd genomen.

In geval van tewerkstelling in het buitenland dient dezelfde procedure te worden gevolgd als voor tewerkstelling in het binnenland, met dien verstande dat de termijn van 1 kalendermaand waarvoor de aanvraag in beginsel kan worden ingediend, mag worden overschreden.

Gedurende de tewerkstelling in het buitenland is de tijdelijke werknemer onderworpen aan het algemeen stelsel van de sociale zekerheid of aan het stelsel van de overzeese sociale zekerheid.

5.3.2.3 Uitzonderlijk werk [626]

Tijdelijke arbeid op basis van het motief uitzonderlijk werk is toegelaten voor een periode van maximum 3 maanden. Een verlenging van die periode is in beginsel niet mogelijk.

In principe moet er geen procedure gevolgd worden of voorafgaande toestemming gevraagd worden.

Enkel indien het gaat om werkzaamheden met het oog op de kortstondige uitvoering van gespecialiseerde opdrachten die een bijzondere beroepsbekwaamheid vereisen, dient er een procedure gevolgd te worden.

In dat geval verwittigt de werkgever ten minste 24 uren vooraf het bevoegde inspecteur-districtshoofd van de administratie van de Arbeidsbetrekkingen en -reglementering.

De werkgever mag die werkzaamheden niet door werknemers laten uitvoeren zonder vooraf een beroep te hebben gedaan op de directeur van de subregionale tewerkstellingsdienst van de plaats waar de werkgever gevestigd is.

Daarenboven is de voorafgaande instemming gevraagd van de vakbondsafvaardiging of, bij ontstentenis daarvan, van de representatieve werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in het paritair comité, waaronder de onderneming die een beroep doet op tijdelijke arbeid ressorteert. In geval van onenigheid binnen de vakbondsafvaardiging kan dat akkoord verleend worden door het bevoegde paritair comité.

5.3.2.4 Artistieke prestaties

Er is geen procedure of maximumduur vastgelegd voor tijdelijke artistieke prestaties.

Laatst aangepast op: 04-07-2024