3.4.1.1 Arbeiders en bedienden
3.4.1.1.1 Algemeen
Werklieden of arbeiders zijn diegenen die hoofdzakelijk handarbeid verrichten [424], terwijl bedienden hoofdzakelijk hoofdarbeid (intellectuele arbeid) verrichten. [425] De termen ‘arbeider’ en ‘bediende’ dekken bovendien een ruimere lading van meerdere categorieën van werknemers. Zo worden de dienstboden en huisarbeiders die handenarbeid verrichten, eveneens als arbeider beschouwd. Als bedienden worden eveneens beschouwd: de handelsvertegenwoordigers en de huisarbeiders die hoofdzakelijk hoofdarbeid verrichten.
België is een van de weinige landen waar een onderscheid gemaakt wordt tussen ‘arbeiders’ en ‘bedienden’. Reeds lang wordt het onderscheid tussen arbeiders en bedienden als kunstmatig en achterhaald aangevoeld; bij gespecialiseerde handenarbeid is vaak een grote mate aan intelligentie en logisch denkvermogen vereist. [426]
Of een werknemer arbeider dan wel bediende is, hangt af van de aard van de prestaties die effectief verricht worden. Het onderscheid tussen arbeiders en bedienden wordt dus niet bepaald door de benaming die werkgever en werknemer zelf aan hun overeenkomst gegeven hebben. Bij een betwisting mogen partijen met andere woorden bewijzen voorbrengen tegen de kwalificatie die in een geschrift werd vastgelegd. [427] De rechter oordeelt soeverein op grond van de hem voorgelegde feiten of een werknemer bediende dan wel arbeider is. [428] Er wordt rekening gehouden met de voornaamste bezigheid van de werknemer, hetgeen niet noodzakelijk die is waaraan de meeste tijd wordt besteed. [429]
3.4.1.1.2 Ongrondwettelijk onderscheid?
Op 8 juli 1993 deed het Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof) uitspraak over drie prejudiciële vragen m.b.t. het al of niet discriminerende karakter van het onderscheid tussen arbeiders en bedienden. [430] Het Hof oordeelde dat een onderscheid uitsluitend gebaseerd op het hoofdzakelijk manuele dan wel intellectuele karakter van de functie bezwaarlijk objectief en redelijk verantwoord is. Toch leidde het Hof daaruit geen schending af van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod, o.m. gelet op de maatregelen die de wetgever reeds genomen had om de aan arbeiders en bedienden toegekende niveaus van ontslagbescherming dichter bij elkaar te brengen. In het arrest gaf het Arbitragehof wel aan dat de harmonisering van beide soorten arbeidsovereenkomsten moest worden verdergezet.
Op 7 juli 2011 deed het Grondwettelijk Hof een belangwekkende uitspraak die de wereld van het Belgisch arbeidsrecht in beroering bracht. [431] Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat de bepalingen van de AOW m.b.t. de duur van de opzegtermijn voor arbeiders en de carenzdag voor arbeiders in strijd zijn met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod. De wetgever kreeg twee jaar de tijd, tot uiterlijk 8 juli 2013, om deze ‘manifeste ongrondwettigheid’ recht te zetten. Na maanden van intensief onderhandelen kwam uiteindelijk de Wet op het Eenheidsstatuut van 26 december 2013 (WES) tot stand [432], in werking getreden op 1 januari 2014. [433]
De WES heeft het onderscheid tussen arbeiders en bedienden echter niet volledig opgeheven. De begrippen als dusdanig werden immers niet uit de AOW geschrapt en tal van verschillende regelingen blijven ook na de inwerkingtreding van de WES verder bestaan, o.m. op het vlak van de uitbetaling van het loon, het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval, de tijdelijke werkloosheid, de jaarlijkse vakantie.
3.4.1.1.3 Voorbeelden uit de rechtspraak
Voor de arbeidsgerechten wordt nog af en toe discussie gevoerd over het werknemersstatuut dat iemand heeft. De rechter zal steeds de concrete gegevens van iedere zaak beoordelen. Het is gevaarlijk om op basis van gepubliceerde rechtspraak alleen te oordelen of iemand een bediende dan wel een arbeider is. Toch kan een rechtspraakoverzicht indicatief zijn.
Werden aldus in de rechtspraak als arbeider beschouwd:
- de bestuurder van een ziekenwagen met het diploma van ambulancier; [434]
- de zondagwacht in een bankinstelling; [435]
- een kok; [436]
- een linotypist; [437] in een andere uitspraak oordeelde men echter dat het om een bediende ging; [438]
- een jachtwachter; [439] in een andere zaak werd hij dan weer als een bediende beschouwd; [440]
- een broodbesteller die tevens afrekent met de klanten; [441]
- een “verkoper”-vleesbesteller in een winkel; [442]
- een badmeester; [443]
- een conciërge; [444]
- een huis-aan-huisbesteller van het Ijsboerke; [445]
- een chauffeur-besteller, ook al ontvangt hij geld en moet hij noteren welke leveringen geweigerd worden; [446]
- een werknemer in een magazijn, zelfs als hij gebruik moet maken van een computer om goederen in te brengen en voor het stockbeheer. [447]
Werden in de rechtspraak als bedienden beschouwd:
- de nachtreceptionist van een hotel; [448]
- een chef-kok of meester-kok; [449]
- een monitor in een beschutte werkplaats: hij verricht gedurende het grootste gedeelte van de arbeidstijd eerder eenvoudige handenarbeid, maar deze arbeid is niet het essentiële van zijn opdracht. Essentieel binnen zijn taak is de leiding, begeleiding en de opvoeding van mindervaliden. Daarom moet een monitor als bediende worden aangezien; [450]
- de bioscoop-ouvreuse die de kassa bedient, gezien haar verantwoordelijkheid; [451]
- de gezins- en sanitaire helpster die benevens manuele taken geneesmiddelen uitdeelt, telefoons beantwoordt en dagelijkse verslagen opstelt; [452]
- een elektro-mecanicien die als doorslaggevende taak het leidinggeven aan een productielijn had; [453]
- een verzorgende in een bejaardentehuis. De arbeid die de werknemer uitvoert, gaat weliswaar gepaard met manuele handelingen, maar centraal staat het contact met, het toezicht over en de voortdurende zorg voor het welzijn van de bejaarden, en dat is hoofdzakelijk intellectuele arbeid; [454]
- een paramedisch assistente en masseuse; het geven van een massage gaat weliswaar gepaard met manuele handelingen, maar is arbeid van intellectuele aard omdat de correcte toepassing van de massagetechnieken en de zorg voor het welzijn van de klant een dominante plaats inneemt; [455]
- een receptioniste in een kapperszaak die zich hoofdzakelijk bezighoudt met het onthaal en de opvang van klanten, het maken van afspraken en het afrekenen; [456]
- een werknemer wiens taak het is om als verantwoordelijke voor de kassa’s instructies te geven aan het personeel van kassa’s, de geldlade in de kassa’s te zetten, de kassa’s op te starten, de kassa’s te ledigen en af te sluiten (inclusief bancontact), en de technische en computerproblemen aan de kassa’s dient op te lossen. [457]
3.4.1.1.4 Conventionele toekenning van het bediendestatuut
Bij overeenkomst kan men geldig aan een arbeider een bediendestatuut toekennen; dit conventioneel bediendestatuut bindt ook de rechter. [458] De cao of individuele overeenkomst waarin dat gebeurt, heeft uiteraard niet tot gevolg dat die werkman een bediende wordt. Enkel de voordelen van het bediendestatuut worden verkregen. De eventuele nadelen van het bediendestatuut kunnen de arbeider op deze wijze niet worden opgelegd. Dat zou immers nietig zijn op basis van art. 6 AOW. [459]
Een werkgever die aan een schoonmaker conventioneel het bediendestatuut heeft toegekend, kan voor die werknemer niet meer afwijken van de regel dat elke werkperiode niet korter mag zijn dan 3 uren. [460] De afwijking op de 3-urenregel van art. 11bis AOW voor schoonmaakwerkzaamheden geldt immers enkel voor werklieden.
De werknemer die in werkelijkheid als bediende werd tewerkgesteld, heeft aldus ook recht op de betaling van het vertrekvakantiegeld voor bedienden, ongeacht het feit of het vakantiefonds voor arbeiders waarbij de werkgever was aangesloten, hem vakantiegeld uitbetaalt. [461]
3.4.1.2 Dienstboden
De arbeidsovereenkomst voor dienstboden is de overeenkomst waarbij de werknemer zich ertoe verbindt tegen loon en onder gezag van een werkgever in hoofdzaak huishoudelijke handenarbeid te verrichten in verband met de huishouding van zijn werkgever of van zijn gezin. [462]
De regels voor arbeiders gelden, tenzij er specifieke regels van toepassing zijn. Dat is o.m. het geval voor:
- de verplichtingen van de werkgever;
- het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval. [463]
3.4.1.3 Handelsvertegenwoordigers
Handelsvertegenwoordigers zijn bedienden van wie de activiteit er hoofdzakelijk in bestaat tegen loon cliënteel op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over of het afsluiten van zaken, verzekeringen uitgezonderd, onder het gezag, voor rekening en in naam van een of meer opdrachtgevers. [464]
De regels voor bedienden gelden, tenzij er specifieke regels van toepassing zijn. Dat is o.m. het geval voor:
- het concurrentiebeding;
- de regeling inzake commissieloon;
- de uitwinningsvergoeding. [465]
In het boekdeel ‘Specifieke arbeidsovereenkomsten’ onder 2 Handelsvertegenwoordigers gaan we uitgebreider in op het statuut van de handelsvertegenwoordiger.
3.4.1.4 Andere soorten arbeidsovereenkomsten
Naast arbeiders, bedienden, dienstboden en handelsvertegenwoordigers bestaan er nog andere soorten arbeidsovereenkomsten op grond van de beoogde arbeid. In de AOW zelf worden nog bijzondere regelingen opgenomen voor huisarbeiders, [466] binnenschippers [467] en studenten. [468] In het boekdeel ‘Specifieke arbeidsovereenkomsten’ onder 3 Telewerk en huisarbeid en 4 Studenten gaan we dieper in op deze arbeidsovereenkomsten.
Andere categorieën van werknemers worden geheel of gedeeltelijk door afzonderlijke wetten of besluiten geregeld:
- de leerovereenkomsten: het industrieel leerlingenwezen [469] en de leerovereenkomsten in het kader van de vorming en begeleiding van de zelfstandigen en de kmo’s; [470]
- de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst aan boord van zeeschepen; [471]
- de uitzendarbeid en de tijdelijke arbeid; [472]
- de startbaanovereenkomst; [473]
- de overeenkomst van betaalde sportbeoefenaars; [474]
- de beroepsinlevingsovereenkomst. [475]