ACV

10.4.2. Represaillebescherming

10.4.2.1 Beschermde werknemers [1206]

Om te vermijden dat werknemers die gebruikmaken van de door wet geboden mogelijkheden, het slachtoffer worden van represailles, heeft de wetgever een bijzondere bescherming uitgewerkt. Deze bescherming geldt voor:

  1. de werknemer die op het vlak van de onderneming of instelling die hem tewerkstelt, overeenkomstig de vigerende procedures, een verzoek tot formele psychosociale interventie heeft ingediend voor feiten van geweld of pesterijen op het werk;
  2. de werknemer die een klacht heeft ingediend bij de Inspectie Toezicht op het Welzijn op het Werk, waarbij hij de tussenkomst van deze ambtenaar verzoekt om één van de volgende redenen:
  • De werkgever heeft geen preventieadviseur gespecialiseerd in de psychosociale aspecten van het werk aangeduid;
  • De werkgever heeft niet voorzien in interne procedures voor feiten van geweld of pesterijen op het werk;
  • Volgens de werknemer heeft het verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld of pesterijen op het werk er niet toe geleid dat een einde werd gesteld aan de feiten;
  • Volgens de werknemer werden de interne procedures voor feiten van geweld of pesterijen op het werk niet wettig toegepast.
  1. de werknemer die een klacht heeft ingediend bij de politiediensten, bij het openbaar ministerie of bij de onderzoeksrechter, waarbij hij hun tussenkomst verzoekt om één van de volgende redenen:
  • De werkgever heeft geen preventieadviseur gespecialiseerd in de psychosociale aspecten van het werk aangeduid;
  • De werkgever heeft niet voorzien in interne procedures voor feiten van geweld of pesterijen op het werk;
  • Volgens de werknemer heeft het verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld of pesterijen op het werk er niet toe geleid dat een einde werd gesteld aan de feiten;
  • Volgens de werknemer werden de interne procedures voor feiten van geweld of pesterijen op het werk niet wettig toegepast;
  • De interne procedure is niet geschikt, gelet op de ernst van de feiten waarvan hij het voorwerp is geweest.
  1. de werknemer die een rechtsvordering instelt of voor wie een rechtsvordering wordt ingesteld met het oog op het doen naleven van de bepalingen inzake geweld of pesterijen op het werk;
  2. de werknemer die optreedt als getuige doordat hij, in het kader van het onderzoek van een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld of pesterijen op het werk, in een ondertekend en gedateerd document de feiten die hij zelf heeft gezien of gehoord en die betrekking hebben op de toestand die het voorwerp is van het verzoek, ter kennis brengt van de preventieadviseur, of doordat hij optreedt als getuige in rechte.
    Sinds de invoering van de Represaillewet [1207] is de bescherming niet langer beperkt tot de “officiële getuigen”, maar wordt de bescherming uitgebreid naar informele getuigen. Die bescherming geldt wel enkel voor feiten van discriminatie en bij het geven van actieve steun; [1208]de werknemer die een verzoek tot formele psychosociale interventie indient op grond van de welzijnswetgeving, die melding doet van vermeende discriminatie of die een klacht indient of een rechtsvordering op grond van de anti-discriminatiewetgeving. In dit geval mag de arbeidsovereenkomst van de werknemer niet beëindigd worden, behalve om redenen vreemd aan het verzoek, de melding, de klacht of de rechtsvordering.

Het ongegrond verklaren van de ‘klacht’ heeft op zich niet tot gevolg dat de bescherming van de werknemer wegvalt. [1209] Het is ook niet vereist dat de ‘klacht’ gemotiveerd is. [1210]

De bescherming is niet van toepassing op de werknemers die de stappen ondernemen voor feiten van geweld of pesterijen op het werk die verband houden met een discriminatiegrond of ongewenst seksueel gedrag op het werk. Die werknemers genieten de bescherming van de antidiscriminatiewetgeving. [1211]

De bescherming geldt ook niet in geval van misbruik van de procedures. Dat misbruik kan aanleiding geven tot het betalen van een schadevergoeding. [1212]

10.4.2.2 Begin beschermingsperiode [1213]

De bescherming tegen represailles vangt aan vanaf het moment waarop de werkgever kennis heeft genomen of redelijkerwijs kennis kon hebben van de indiening van het verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld of pesterijen op het werk, van de klacht, van het afleggen van de getuigenverklaring of van het instellen van een rechtsvordering.10.3.2.3 Kennisgeving ontslagbescherming. [1214]

Werknemers moeten kunnen bewijzen dat ze stappen hebben ondernomen voor feiten van geweld, pesterijen met discriminatoir karakter of voor feiten van ongewenst gedrag. Werknemers kunnen daarvoor een attest vragen aan de werkgever, de organisatie, de dienst of de instelling bij wie ze stappen hebben ondernomen. Ook voor informele getuigen bestaat die mogelijkheid. [1215] Als de stappen bij een externe organisatie werden gezet, kan de werknemer dat schriftelijk en gedateerd aan de werkgever bezorgen. Dat vergemakkelijkt de bewijslast van de werknemer.

Wanneer een procedure op grond van een verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk wordt aangevat op het niveau van de onderneming of instelling, stelt de preventieadviseur, van zodra het verzoek werd aanvaard, de werkgever op de hoogte van het feit dat de werknemer die dit verzoek heeft ingediend of dat de werknemer die de getuigenverklaring heeft afgelegd de bescherming geniet vanaf het ogenblik dat het verzoek in ontvangst werd genomen, op voorwaarde dat dit verzoek werd aanvaard, of vanaf het ogenblik dat de getuigenverklaring werd afgelegd.

De getuige in rechte deelt zelf aan de werkgever mee dat de bescherming op hem van toepassing is, vanaf het ogenblik van de oproeping of de dagvaarding om te getuigen in rechte. In de oproeping en de dagvaarding wordt vermeld dat het aan de werknemer toekomt zijn werkgever op de hoogte te brengen van deze bescherming.

In de andere gevallen is de persoon die de klacht in ontvangst neemt, ertoe gehouden zo snel mogelijk de werkgever op de hoogte te brengen van het feit dat een klacht werd ingediend en dat de betrokken personen derhalve de bescherming genieten vanaf het ogenblik waarop de klacht in ontvangst wordt genomen door de bestemmeling.

Wanneer een werknemer of een organisatie (zoals de vakbond) een rechtsvordering instelt, komt het aan de werknemer toe om zijn werkgever op de hoogte te brengen van het feit dat hij de bescherming geniet.

10.4.2.4 Verboden handelingen [1216]

De werkgever mag noch de arbeidsverhouding van de beschermde werknemer beëindigen, noch een nadelige maatregel treffen ten aanzien van deze werknemer na de beëindiging van de arbeidsverhouding, behalve om redenen die vreemd zijn aan de indiening of de inhoud van het verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, of pesterijen op het werk, de klacht, de rechtsvordering of de getuigenverklaring.

In het verleden werd geoordeeld dat de arbeidsverhouding van de beschermde werknemer niet beëindigd werd wegens redenen vreemd aan het verzoek tot interventie, indien de werkgever het ontslag niet motiveert of de redenen niet kan bewijzen en uit de tijdslijn blijkt dat tussen het tijdstip van het verzoek en het tijdstip van het ontslag relatief weinig tijd is verlopen. [1217]

Bovendien mag de werkgever, tijdens het bestaan van de arbeidsverhouding, ten opzichte van deze werknemer, geen nadelige maatregel treffen die verband houdt met de indiening of de inhoud van het verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld of pesterijen, met de klacht, met het instellen van een rechtsvordering of met het afleggen van een getuigenverklaring. De maatregel die de werkgever dient te treffen nadat aan hem feiten van geweld, of pesterijen op het werk ter kennis worden gebracht en die een proportioneel en redelijk karakter heeft, wordt niet beschouwd als een nadelige maatregel.

10.4.2.5 Periode omkering bewijslast [1218]

De bewijslast van de redenen en rechtvaardiging berust bij de werkgever, wanneer de arbeidsverhouding werd beëindigd of de maatregelen werden getroffen binnen twaalf maanden die volgen op het moment waarop de werkgever kennis heeft genomen of redelijkerwijs kennis kon hebben van de indiening van het verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld of pesterijen op het werk, van de klacht of van het afleggen van de getuigenverklaring.

Die bewijslast berust eveneens bij de werkgever wanneer die beëindiging plaatsvond of die maatregel werd getroffen nadat een rechtsvordering werd ingesteld, en dat tot drie maanden na de dag waarop de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde is getreden.

10.4.2.6 Re-integratiemogelijkheid [1219]

Wanneer de werkgever de arbeidsverhouding beëindigt of de arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigt in strijd met de represaillebescherming, kan de werknemer, of de werknemersorganisatie waarbij hij is aangesloten, verzoeken hem opnieuw in de onderneming of de instelling op te nemen onder de voorwaarden die bestonden voor de beëindiging of de wijziging. Dat is echter geen verplichting, maar slechts een mogelijkheid.

Het verzoek moet met een aangetekende brief gebeuren binnen dertig dagen na de kennisgeving van de opzegging, van de beëindiging zonder opzegging of van de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. De werkgever moet zich binnen dertig dagen na de kennisgeving van de brief over het verzoek uitspreken.

De werkgever die de werknemer opnieuw in de onderneming of de instelling opneemt of hem zijn functie onder de voorwaarden die bestonden voor de beëindiging of de wijziging laat uitoefenen, moet het wegens ontslag of wijziging van de arbeidsvoorwaarden gederfde loon betalen alsmede de werkgevers- en werknemersbijdragen op dat loon storten.

10.4.2.7 Sanctie [1220]

De werkgever is in de volgende gevallen een vergoeding verschuldigd aan de werknemer:

  1. wanneer de werknemer na het re-integratieverzoek niet opnieuw wordt opgenomen of zijn functie niet kan uitoefenen onder de voorwaarden die bestonden voor de beëindiging of de wijziging en de rechter geoordeeld heeft dat het ontslag of de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden indruist tegen de represaillebescherming;
  2. wanneer de werknemer het re-integratieverzoek niet heeft ingediend en de rechter geoordeeld heeft dat het ontslag of de door de werkgever getroffen maatregel indruist tegen de represaillebescherming.

Deze vergoeding is, naar keuze van de werknemer, gelijk aan zes maanden brutoloon of de werkelijk door de werknemer geleden (en bewezen) schade.

De schadevergoeding kan gecumuleerd worden met een schadevergoeding tot herstel van de materiële en morele schade wegens geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk. [1221]

De wetgever heeft de onduidelijkheid die er bestond over de cumulatie van schadevergoedingen volledig weggenomen. De wet bepaalt nu uitdrukkelijk dat de schadevergoedingen na grensoverschrijdend gedrag met of zonder discriminatie gecumuleerd kan worden met de schadevergoeding wegens een represaillemaatregel, omdat zij niet dezelfde schade vergoeden. [1222]

Laatst aangepast op: 04-07-2024