ACV

3.3.2. Bewijs

De partij die aanvoert verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst, dient daarvan het bewijs te leveren. [418] Om het bestaan van een mondelinge arbeidsovereenkomst te bewijzen, zijn alle bewijsmiddelen toegelaten (o.m. getuigenbewijs, vermoedens), ongeacht de waarde van het geschil. [419] Indien er een geschrift voorhanden is, dan wordt het bewijs door getuigen of vermoedens in principe niet toegelaten tegen of boven de inhoud van het geschrift. [420]

In een aantal gevallen installeert de wet een vermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Dat is o.m. het geval voor:

Laatst aangepast op: 04-07-2024