5.2.7.1 Algemeen
De arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid betreft in principe een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, duidelijk omschreven werk of ter vervanging van een vaste werknemer tussen het uitzendbureau en de uitzendkracht. Die arbeidsovereenkomsten eindigen dan ook zoals een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, duidelijk omschreven werk of zoals een vervangingsovereenkomst.
De mogelijkheid om een uitzendarbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd af te sluiten, is in de Uitzendarbeidswet voorzien, maar kan nog niet worden toegepast omdat de vereiste algemeen verbindend verklaarde cao’s in PC 322.00 (uitzendarbeid) vooralsnog niet werden afgesloten. [596] In beginsel zullen de normale regels inzake beëindiging van arbeidsovereenkomsten van onbepaalde tijd van toepassing zijn, tenzij een algemeen verbindend verklaarde cao voor de uitzendkrachten daarvan uitdrukkelijk afwijkt. [597]
5.2.7.2 Voortijdige beëindiging
5.2.7.2.1 Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of duidelijk omschreven werk
Is de overeenkomst voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk aangegaan, dan is de partij die de overeenkomst na de proeftijd en vóór het verstrijken van de termijn en zonder een dringende reden eenzijdig beëindigt, gehouden aan de andere partij een vergoeding te betalen gelijk aan het bedrag van het loon dat verschuldigd bleef tot het bereiken van die termijn. Dat echter zonder het dubbel te mogen overtreffen van het loon dat overeenstemt met de duur van de opzegtermijn die in acht had moeten worden genomen indien een arbeidsovereenkomst zonder tijdsbepaling was gesloten.
Die vergoeding is niet verschuldigd, indien de dienstverbintenis door toedoen van de gebruiker niet wordt nagekomen totdat de termijn is bereikt, op voorwaarde dat het uitzendbureau voor de resterende periode aan de uitzendkracht een vervangingswerk verschaft dat hem eenzelfde loon en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden waarborgt. [598]
5.2.7.2.2 Arbeidsovereenkomst ter vervanging van een vaste werknemer voor niet bepaalde tijd
Is de overeenkomst aangegaan om een vaste werknemer te vervangen voor een niet bepaalde tijd, dan is het uitzendbureau dat de overeenkomst na de proeftijd, maar voor het einde van de vervanging en zonder dringende reden eenzijdig beëindigt, gehouden aan de uitzendkracht een vergoeding te betalen, gelijk aan 3 maanden brutoloon.
Die vergoeding is niet verschuldigd, indien de dienstverbintenis door toedoen van de gebruiker niet wordt nagekomen tot het einde van de vervanging, wanneer het uitzendbureau voor een periode van 3 maanden aan de uitzendkracht een vervangingswerk verschaft, dat hem eenzelfde loon en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden waarborgt. [599]
De uitzendkracht kan evenwel, met inachtneming van een opzegtermijn van zeven dagen, een einde maken aan de overeenkomst indien hij een dienstbetrekking heeft aangegaan. [600], [601]
In de Uitzendarbeidswet wordt de situatie dat de uitzendkracht zelf de vervangingsovereenkomst beëindigt buiten de proeftermijn, maar zonder dat hij aan een andere dienstbetrekking heeft aangegaan en zonder dringende reden, echter niet geregeld. Dat betekent dat er teruggegrepen moet worden naar de algemene bepalingen uit de Arbeidsovereenkomstenwet. Voor zover de Uitzendarbeidswet namelijk niet uitdrukkelijk van de Arbeidsovereenkomstenwet afwijkt, geldt die laatste onverkort. [602] De gewone regels inzake de eenzijdige beëindiging van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde duur zullen dus van toepassing zijn.
De redenering in bepaalde rechtsleer dat ook de uitzendkracht een vergoeding gelijk aan 3 maanden brutoloon moet betalen indien hij, na de proeftijd en zonder dringende reden, de arbeidsovereenkomst beëindigt zonder dat hij een andere dienstbetrekking heeft aangegaan, is foutief. Die redenering wordt op geen enkele manier onderbouwd en is strijdig met de letter van de wet. Art. 14 Uitzendarbeidswet spreekt namelijk uitdrukkelijk van ‘de partijen’ die gehouden zijn een vergoeding te betalen in geval van voortijdige beëindiging. Art. 15 spreekt enkel van ‘het uitzendbureau’ dat gehouden is een vergoeding te betalen in geval het de arbeidsovereenkomst voortijdig beëindigt. Daaruit moet ontegensprekelijk worden afgeleid dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om die verplichting ook aan de uitzendkracht op te leggen. Anders had de wetgever dat wel als dusdanig in het art. 15 opgenomen. Die rechtsleer kan dan ook niet gevolgd worden. [603]