Met een concurrentiebeding kan, op voorwaarde van naleving van strikte voorwaarden, eerlijke concurrentie door de handelsvertegenwoordiger na zijn vertrek uit de onderneming beperkt worden. De handelsvertegenwoordiger verbindt zich hierdoor om na het einde van de arbeidsovereenkomst geen soortgelijke activiteiten uit te oefenen, hetzij door zelf een onderneming uit te baten, hetzij door in dienst te treden bij een concurrerende werkgever.
Het concurrentiebeding valt uiteraard niet te verwarren met het verbod op oneerlijke concurrentie, wat steeds verboden is.
Door een concurrentiebeding wordt de vrijheid van ondernemen en van arbeid beperkt. [273] Die vrijheden liggen mee aan de grondslagen van onze maatschappelijke ordening. Beperkingen hierop moeten dan ook strikt geïnterpreteerd worden. Dat houdt in dat de wettelijke geldigheidsvoorwaarden voor het concurrentiebeding nauwgezet dienen te worden nageleefd, zodat het toepassingsgebied voor het concurrentiebeding eerder beperkend wordt geïnterpreteerd.
De bepalingen in verband met het concurrentiebeding voor werklieden en bedienden gelden niet voor de handelsvertegenwoordigers. [274]