Voor de afwezigheden die uit het BEV voortvloeien, behoudt de werknemer het recht op zijn normaal loon, dat door de werkgever op de gewone tijdstippen moet worden uitbetaald. [616] Het verschuldigde loon stemt niet overeen met het aantal daadwerkelijk gevolgde lesuren, maar met het aantal uren afwezigheid tijdens de arbeidsuren die de werknemer normaal had moeten presteren. [617] De verplichting om op het gewone tijdstip te betalen, moet verhinderen dat de werkgever wacht op de terugbetaling door de gewesten om het loon aan de werknemer te betalen. [618] Het normaal loon waarop de werknemer recht heeft, wordt begrensd tot 3.170 euro per maand (schooljaar 2022–2023). [619] De loongrens wordt in principe elk jaar op 1 september aangepast.
Voor deeltijdsen wordt die grens geproratiseerd. In vele gevallen betaalt de werkgever het loon volledig verder uit, maar als de werkgever daartoe niet bereid is, lijden die werknemers loonverlies. Met andere woorden, de werknemer die een loon ontvangt dat hoger is dan deze grens zal een gedeeltelijk loonverlies lijden (d.w.z. het deel boven de loongrens), behalve indien de werkgever aanvaardt om het normale loonniveau aan te houden. De werkgever kan bij de gewesten een gedeeltelijke terugbetaling vragen van het loon en de sociale bijdragen.
De juiste manier om het bedrag om te rekenen tot een uurloon of een weekloon, is bij KB vastgesteld. [620] Het normale loon wordt berekend overeenkomstig de Feestdagenwet. Het normale weekloon bekomt men door de normale maandwedde te vermenigvuldigen met 12 en te delen door 52. Het normale uurloon wordt vervolgens bekomen door het normale weekloon te delen door het aantal arbeidsuren bepaald in de wekelijkse arbeidsregeling van de werknemer. Het normale dagloon wordt tenslotte bekomen door het normale uurloon te vermenigvuldigen met het normale aantal arbeidsuren die hadden moeten worden verricht in de loop van de betrokken dag.